Digitale steden agenda en open data

Print
Auteur: 
Rob Bots

Op 22 september jl. vond in Den Haag het congres van de Digitale Steden Agenda 2011–2015 plaats. Deelnemende steden en ondernemers presenteerden zich en een van de thema’s was open data. Deze bijeenkomst heeft geleid tot het gemeentelijk netwerk open data, met als doel een stedelijke samenwerking om open data op de agenda te krijgen en vervolgens beschikbaar te stellen.

Het Ministerie van EL&I heeft de Digitale Agenda.nl uitgebracht, met open data als een van de speerpunten, onder de titel Groei en innovatie met ‘open data’ als grondstof. Binnen de overheid zijn er veel data beschikbaar die ondernemers kunnen hergebruiken. Verschillende studies laten zien dat de innovatie en bedrijvigheid die ontstaat via open data van grote economische waarde is (TNO, Open Overheid). Met open data kunnen nieuwe toepassingen en diensten vermarkt worden. Overheidsdata zijn echter vaak nog niet open, bijvoorbeeld omdat ze onvindbaar of onleesbaar zijn voor computers. Hierdoor kunnen ondernemers er niet direct mee aan de slag.

Belang van open data
De opkomst van nieuwe internettechnologieën, zoals mobiel internet en web 2.0, schept nieuwe mogelijkheden om overheidsinformatie toegankelijk te maken, te combineren met informatie uit andere bronnen, en te analyseren. Oorspronkelijk richtte Open Overheid zich op het juridisch verankeren van het recht van burgers op overheidsinformatie (Wet openbaarheid van bestuur). Steeds meer overheden maken gebruik van de mogelijkheden tot het gratis publiceren van ruwe, gestructureerde (open formaat) en machine-readable overheidsinformatie, ofwel van ‘open data’. Hiermee verschuift het beleid van informatieverstrekking op aanvraag naar het proactief publiceren van allerhande ruwe overheidsdata, die bedrijven, non-profitorganisaties en burgers zelf kunnen interpreteren en hergebruiken om er waarde mee te creëren.

g4, g32, stedenlink en het nicis institute
Het Grotestedenbeleid, door de overheid in 1994 opgezet, betrof aanvankelijk Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (de G4). Later is dit uitgebreid naar 32 en vervolgens 33 andere steden. Ongeacht mogelijke verdere uitbreiding blijft de naam G32 gehandhaafd. Het netwerk dat door de G32 gevormd wordt, heeft onderlinge kennisuitwisseling tot doel. Tegenwoordig gaat het ook om het behartigen van de gezamenlijke belangen van deze steden richting rijksoverheid en andere partijen. Stedenlink is een groep van twaalf steden en drie provincies die voorop lopen in de ontwikkeling van de maatschappelijke meerwaarde van ICT en de kenniseconomie voor stedelijke processen. En het Nicis Institute is een belangrijk kennisinstituut van, voor en door steden. Het biedt informatie over grootstedelijke thema’s als bestuur, economie, innovatie, onderwijs, veiligheid, welzijn, integratie en wonen. Pleio is te beschouwen als een virtuele vergaderzaal waar ambtenaren informatie kunnen uitwisselen of met elkaar kunnen communiceren.

Digitale steden agenda: werkbenaderingen
De G32, G4, Stedenlink en het Nicis Institute onderkennen de mogelijkheden van ICT en supersnel internet. Samen zien zij dat echte vernieuwing de enige manier is om de economie van onze steden welvarend, sociaal en klaar voor de toekomst te maken. Supersnel internet biedt de basisinfrastructuur om lokaal radicaal andere oplossingen te vinden voor problemen in het onderwijs, de zorg en de werkgelegenheid .

Zo zijn zes thema’s benoemd waarbij de steden de handen ineenslaan om te komen tot een uitwisseling van oplossingen. De zes thema’s zijn: bedrijvige stad, zorgende stad, lerende stad, groene stad, onze stad en veilige stad.

Het concept ‘open data’ heeft als motto: ‘bewoners en bedrijven ontwerpen hun eigen diensten op basis van vrij te gebruiken gemeentelijke data’. De gemeenten streven diverse toepassingen en doelen na, zoals het stimuleren van de ontwikkeling van apps.

Waar vind ik welke open data?
www.rotterdamopendata.org
www.appsforamsterdam.nl
www.opendataenschede.nl
www.openeindhoven.nl
www.nijmegen.nl/opendata
opendata.tilburg.nl
www.provinciaalgeoregister.nl

Hoe wordt er samengewerkt?
Steden met open data werken samen om zo veel mogelijk van elkaar te leren. Nu zijn dat Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Deventer, Enschede, Eindhoven, Tilburg en Nijmegen. Ze scharen zich achter het landelijke initiatief voor de site data.overheid.nl, met als doel een landelijk register van alle open overheidsdata en de ontsluiting van zo veel mogelijk data. Open data houdt niet op bij de gemeentegrens. Daarom werken grote steden in Noord-Brabant samen met de waterschappen en de provincie zelf. Doel is om het bereik van bestaande apps te vergroten en om een gezamenlijke set van data te ontsluiten. Gestart is met een open discussieplatform op Pleio.

Het gaat hierbij om het ontsluiten van data voor apps en andere media, en ook om de participatie te stimuleren binnen bepaalde beleidsterreinen met een maatschappelijke meerwaarde, zoals gezondheidszorg, milieu of duurzaamheid. Het feitelijk ontsluiten van data is niet eenvoudig en zal een proces van jaren zijn. Een gemeente heeft vele afdelingen die moeten wennen aan open data. Daarom worden zo veel mogelijk ervaringen uitgewisseld, zoals juridische aspecten, verrekenmodellen, privacy en technische aspecten. Dit neemt belemmeringen weg. Open data bieden veel kansen voor ondernemers en maatschappelijke innovatie, en vormen een inspirerende ontdekkingstocht.
De Noord-Brabantse praktijk laat zien dat open data bijdragen aan de doelmatigheid aangezien niet iedere informatievraag afzonderlijk afgehandeld hoeft te worden, maar burgers en ondernemers zelf de data kunnen ophalen. Bij de gemeente Tilburg past dat ook bij het lean maken van werkprocessen.

Werkresultaten
Vanuit de genoemde samenwerking zijn in eerste instantie 3 kortetermijnspeerpunten benoemd voor het gemeentelijk netwerk open data.

1 De top 20
Als een gemeente start met open data is de eerste vraag: met welke datasets er begonnen moet worden. Vele datasets kunnen openbaar gemaakt worden, maar waar is de gemeenschap het meest mee geholpen? Om hier invulling aan te geven wordt gewerkt aan een gemeenschappelijke top 20: een eerste lijst datasets die voor alle gemeenten relatief simpel te ontsluiten zijn, zodat

  • een gemeente weet waar te beginnen;
  • een app-ontwikkelaar weet dat een top 20-dataset in meerdere gemeenten toepasbaar is;
  • gemeenten meer van elkaar leren en efficiënter werken.

Een top 20 is niet bedoeld als de oplossing voor het ontsluiten van data, maar is een goede start!

2 Gemeenschappelijke opendatavoorziening
Juist omdat datasets niet eenvoudig te ontsluiten zijn, onderzoeken een paar gemeenten of hiervoor een gemeenschappelijke voorziening kan worden ingericht, zoals bijvoorbeeld de Rotterdam Open Data Store (RODS). Met RODS kan je data snel op het internet plaatsen voor hergebruik, waarbij aan de geldende standaarden wordt voldaan. De verwijzing naar de datasets wordt vanuit de site data.overheid.nl gedaan. Deze oplossing past prima in landelijke voorzieningen.

3 Bij elkaar brengen en herbruikbaar maken van beleidsstukken
Veel gemeenten werken aan beleid op het gebied van open data. Een aantal gemeenten heeft deze stappen al daadwerkelijk gezet. Notities, onderzoeken en raadsvoorstellen zijn openbaar gemaakt en prima te hergebruiken door gemeenten die deze stappen nog moeten zetten. Dergelijke stukken worden verzameld en geplaatst in de samenwerkingsruimte op Pleio. Naast zulke concrete werkresultaten verwachten we de komende tijd nog meer initiatieven verwacht. Centraal daarin staat dan dat onderlinge gemeentelijke samenwerking helpt om open data sneller en tegen lagere kosten binnen de diverse gemeenten te implementeren.

Rob Bots, coördinator open data, Digitale Steden Agenda

Meer weten?
www.data.overheid.nl
www.digitalestedenagenda.nl
http://tinyurl.com/c6cldjt

Praktijkthema's: